Dol op je bonuskinderen, totdat ze puber worden en alles verandert

Eerst was het goed. Er was contact, grapjes in de keuken, samen even iets kijken op de bank. Misschien zelfs een knuffel die bijna vanzelf ging. Je voelde gewoon: we bouwen hier iets op, fijn. En toen kwam de puberteit. And that hit’s hard. De toon veranderde, de blik werd kritischer en de afstand groter. Niet altijd, maar wel steeds vaker. En als bonusmoeder kan dat extra binnenkomen, juist omdat het eerst wél goed was.

Het helpt om eerst even stil te staan bij de hersenontwikkeling. In de puberteit gebeurt er namelijk iets fundamenteels: jongeren moeten loskomen om zichzelf te kunnen worden. Hun hersenen zijn volop in ontwikkeling; verbindingen worden gesnoeid en opnieuw aangelegd. Dat zie je terug in hun gedrag. Leeftijdsgenoten worden steeds belangrijker en krijgen vaak meer invloed dan ouders of bonusouders. Sterker nog, op sommige momenten ben je voor hen ongetwijfeld een spreekwoordelijk blok aan het been.

Loskomen van ouders en bonusouders gaat zelden subtiel. Het gaat met duwen, grenzen testen en autonomie opeisen. Bij ouders zit daar vaak een lange geschiedenis onder die dit kan dragen: jaren van hechting en vanzelfsprekendheid. Bij jou is die geschiedenis korter of anders opgebouwd. Dus wanneer een puber zich afzet, kan het voelen alsof jouw plek extra ter discussie staat. Maar meestal staat niet jouw plek ter discussie. De puber is zijn of haar autonomie aan het oefenen. Dat verschil is belangrijk om te onthouden: het is zelden persoonlijk.

Wat veel bonusouders ‘vergeten’, is dat een relatie die goed was niet zomaar verdwijnt. Hij verandert. De warme nabijheid van de kinderjaren maakt plaats voor meer afstand, meer eigen ruimte en minder openheid. Ontwikkeling voelt zelden comfortabel terwijl je er middenin zit. Het schuurt en schiet rechts en links uit. Het hoort erbij en is nodig, maar leuk is anders.

Wat helpt in deze fase? Allereerst: maak gedrag minder persoonlijk. Pubergedrag gaat over loskomen, niet over jouw waarde. Dat betekent niet dat je alles moet accepteren, wel dat je onderscheid maakt tussen ontwikkeling en afwijzing. Werk daarnaast samen met je partner. In samengestelde gezinnen loopt gezag vaak het soepelst via de ouder met de langste geschiedenis. Laat correctie of begrenzing waar mogelijk via je partner lopen als dat rust geeft.

Kies ook bewust voor rust boven gelijk. Niet elke opmerking hoeft besproken te worden en niet elke zucht gecorrigeerd. Soms is niets zeggen pedagogisch sterker dan reageren. Tegelijk mag je je grens bewaken zonder strijd. Je kunt rustig zeggen: “Zo wil ik niet aangesproken worden, ik verwacht dat….” Kort, duidelijk en zonder discussie. Dat is stevig én respectvol.

Blijf beschikbaar. Niet pushen of trekken, maar wel aanwezig blijven. Een kop thee, een praktische vraag, een klein moment van contact. Zie het als verbindingsbrandstof: kleine gebaren die laten zien dat je er bent. Juist die verbinding is de basis waar je op vaart in de relatie met je bonuskind. Ook al schuurt het nu.

En ja, ik heb zelf een puber in huis en moet die verbindingsbrandstof soms uit mijn tenen halen… Het vraagt soms een heleboel van je. Maar echt, het is het waard. Ik sluit af met een dooddoener die toch waar is: alles gaat voorbij. Het is een pittige fase, maar er komt een dag dat ze weer een stapje naar je toe zetten. Tot die tijd ben jij er. Beschikbaar, rustig en stevig.

Over Daniëlle

Danielle Goedhart-Bax blogt voor Ikeznkids, is orthopedagoog-generalist en begeleidt jaarlijks honderden gezinnen. Ze schreef het boek Confettikinderen, speciaal voor ouders van bruisende, temperamentvolle en gevoelige kinderen.

Wil je regelmatig psychologisch en pedagogisch vuurwerk, afgewisseld met herkenbare, dagelijkse momenten? Volg Danielle op haar Instagram: @danielle_goedhart_bax.

Vorige
Vorige

Carolina ”Zorg dat het je niet overkomt.”

Volgende
Volgende

Sabine“Ik was niet moeilijk. Ik had het moeilijk.”