Susanne; “Als je voor een man met een kind kiest, kies je ook bewust voor dat kind.”
In gesprek met Susanne Blomsteel over liefde, bonusmoederschap, pubers, loslaten en een huis vol kinderen
Susanne Blomsteel is 40, moeder van vijf kinderen, bonusmoeder van een dochter van 19 en sinds vorig jaar ook pleegmoeder van haar 16-jarige neefje. Samen met haar man vormt ze een gezin dat allesbehalve standaard is, maar juist daarom zoveel lagen kent. Wat opvalt als ze vertelt, is haar openheid. Ze romantiseert het bonusmoederschap niet, maar spreekt er ook niet zwaar over. Ze vertelt eerlijk over verliefd worden op een man met een kind, over de behoefte om het goed te willen doen, over de pijn van puberteit en afstand, en over de les die alles veranderde: kinderen hoeven jou niet dankbaar te zijn.
Verliefd op een man en zijn dochter
Vijftien jaar geleden leert Susanne haar man kennen op een festival in Middelburg. Hij is net gescheiden, zij net uit een lange relatie. Het is direct raak. “We waren allebei niet per se op zoek, maar er was meteen iets.” Die avond vertelt hij haar al dat hij een dochter heeft, Robine, die dan vier jaar oud is.
Voor Susanne is dat geen obstakel. Integendeel zelfs. “Als er één ding is wat ik altijd zeker wist, dan was het dat ik moeder wilde worden. De manier waarop hij over zijn dochter sprak, met zoveel liefde, maakte hem eigenlijk alleen maar aantrekkelijker.”
Al heel vroeg voelt ze: als dit iets wordt, dan is het niet alleen met hem. “Ik weet nog dat ik naar mijn werk liep en dacht: oké Susanne, als jij voor deze man kiest, dan kies je ook bewust voor zijn dochter. Dat voelde voor mij heel helder. Niet alleen hem in mijn hart, maar haar ook.”
Alles ging snel, maar het voelde goed
Hun relatie ontwikkelt zich in rap tempo. De eerste ontmoeting met Robine laat ook niet lang op zich wachten. “We hebben het totaal niet gedaan zoals het boekje het zou voorschrijven,” zegt Susanne lachend. “Maar het voelde goed.” Hij kwam met zijn dochter naar haar housewarming, later gingen ze samen naar het strand en kort daarna ontmoette ze ook zijn ex-vrouw.
Wat daarbij hielp, was dat die moeder nooit negatief tegenover haar heeft gestaan. “Zij was zelf ook gelukkig met een ander. Ik denk echt dat zij hem zijn geluk gunde. En misschien is dat wel een van de grootste cadeaus die je als bonusmoeder kunt krijgen.”
Nog geen paar maanden later is Susanne zwanger van hun eerste kindje samen. “Mensen noemen dat impulsief, maar zo voelde het voor mij niet. Ik wist gewoon: met hem wil ik dit.”
Wat volgt, is een groot gezin. Eerst een dochter, daarna nog een zoon, en uiteindelijk krijgen ze samen vijf kinderen. Robine groeit op als grote zus in een druk en levendig huis.
Ik wilde het perfect doen
Als Susanne terugkijkt op die eerste jaren, ziet ze vooral hoe graag ze alles goed wilde doen. Misschien wel té graag. “Ik was nog geen moeder, alleen bonusmoeder. En ik wilde bewijzen dat ik het kon. Ik wilde het perfect doen.”
Dat perfectionisme kwam niet alleen terug in haar rol als bonusmoeder, maar ook toen ze zelf moeder werd. Vooral bij haar eerste kind luisterde ze meer naar adviezen van buitenaf dan naar haar eigen gevoel. “Ik deed alles volgens schema. Voeden om de drie uur, laten huilen als dat werd geadviseerd. Terwijl ik zelf huilend op de trap zat omdat mijn kind huilde. Later heb ik alles veel meer losgelaten. Toen bleef ik dichter bij mezelf.”
Ze is daar eerlijk over. Achteraf ziet ze dat er ook iets anders onder zat. “Misschien wilde ik wel laten zien dat ik een goede moeder was. Of zelfs een betere. Niet omdat de andere moeder iets fout deed, helemaal niet. Maar meer vanuit een soort bewijsdrang. Alsof ik wilde laten zien: zie je wel, ik kan dit ook.”
De puberteit deed meer pijn dan ze had verwacht
Met Robine heeft Susanne jarenlang een warme en fijne band. Maar als de puberteit aanbreekt, verandert er iets. Niet groots of explosiefs. Geen ruzies of harde woorden. Juist subtieler. Minder komen. Meer behoefte aan vriendinnen. Minder vanzelfsprekende nabijheid. Tegelijkertijd verhuizen Susanne en haar man naar een andere stad, waardoor de afstand letterlijk én figuurlijk groter wordt.
En dat raakt haar harder dan ze had verwacht.
“Voor mijn man voelde dat heel anders dan voor mij,” vertelt ze. “Hij had dat stukje onvoorwaardelijke liefde al. Ook als zijn dochter minder kwam, voelde hij die afwijzing niet zoals ik die voelde. Maar ik voelde me wél afgewezen.”
Dat verschil zette druk op hun relatie. “We zaten daarin echt niet altijd op hetzelfde gevoelsniveau. Hij begreep mijn gevoel niet helemaal en ik begreep op mijn beurt ook niet helemaal wat hij voelde. Nu ik zelf tieners heb, snap ik hem veel beter dan toen.”
Wat het extra moeilijk maakte, was dat Susanne een groot familiemens is. Iemand die van nature de boel bij elkaar wil houden. “Als ik voel dat er eentje afdwaalt, dan raakt dat me in mijn kern. Alsof er iemand uit het geheel glipt. En in de puberteit gebeurde dat natuurlijk. Zij kwam minder, wilde liever bij haar vriendinnen zijn. Mijn man begreep dat prima. Ik voelde het als afwijzing.”
Kinderen hoeven jou niet dankbaar te zijn
Het is misschien wel de belangrijkste les uit haar hele verhaal. Een les waar ze pas later woorden aan kon geven.
“Ik had lang het gevoel: ik heb toch altijd alles voor je gedaan? Dan wil je ergens ook iets terug. Geen groot applaus, maar wel erkenning. Tot ik besefte: zij hoeft mij helemaal niet te bedanken. Het is nooit haar keuze geweest dat ik in haar leven kwam.”
Vanaf het moment dat Susanne dat echt begon los te laten, veranderde er iets. Niet alleen in haar relatie met Robine, maar ook in haarzelf. “Dat gevoel van stank voor dank levert je niks op. Alleen frustratie, boosheid en verdriet. Pas toen ik ruimte gaf en stopte met onbewust iets terug te verwachten, kwam er weer lucht.”
En juist dat loslaten bracht haar dichter bij haar bonusdochter. “Nu is ze 19 en merk ik dat ze weer veel meer naar ons toetrekt. Ze komt aanwaaien wanneer ze wil, haar vriend komt mee, ze past op. Ze komt terug. Maar dat gebeurde pas toen ik leerde ruimte te geven.”
Ook haar rol als pleegmoeder is hierdoor anders
Sinds vorig jaar woont ook haar 16-jarige neefje bij hen in huis. Na het overlijden van zijn moeder stond de politie bij haar vader aan de deur. Niemand uit de familie wilde hem opvangen. Susanne en haar man besloten het wel te doen.
“Dat eerste jaar is echt niet vlekkeloos gegaan,” zegt ze eerlijk. “We liepen hier thuis soms flink vast. Ik heb echt huilend aan de keukentafel gezeten en gedacht: doe ik mijn andere kinderen hiermee niet tekort?”
Juist in die periode was het Robine die haar raakte met een opmerking die ze nooit meer vergat. “Ze zei tegen mij: Susan, die gaan dit later echt wel begrijpen. Dat gaf me zoveel steun.”
Ook in het pleegmoederschap komt haar eerdere les weer terug. “Mijn man en kinderen zeggen soms nog wel eens: hij mag best dankbaar zijn dat hij hier is. En dan zeg ik meteen: nee. Hij heeft hier ook niet voor gekozen. Net als een bonuskind kiest hij hier niet voor. Dus ook hij hoeft ons niet te bedanken.”
Wat ze andere bonusmoeders had willen weten
Als Susanne terugkijkt op haar begin als bonusmoeder, dan had ze vooral meer kennis en herkenning gewild. Iemand die haar had verteld dat bepaalde gevoelens niet raar zijn.
Dat je tijdens een zwangerschap ineens meer naar je eigen kind kunt trekken en daarvan kunt schrikken. Dat conflicten tussen ouders over opvoeding niet meteen betekenen dat een scheiding ongezond is. Dat een puber die afstand neemt je niet per se afwijst. Dat je het soms zwaar mag vinden, ook al heb je hier ooit zelf voor gekozen.
“Ik had graag eerder willen weten dat veel van wat je voelt, gewoon menselijk is. Dat het je geen slechte bonusmoeder maakt.”
Liefde, praten en fouten durven toegeven
Wat Susanne uiteindelijk heeft geleerd over opvoeden, bonusmoederschap en gezin, vat ze heel simpel samen. “Zolang je dingen vanuit liefde doet, durft te praten, en ook je fouten durft toe te geven, dan kom je echt een heel eind.”
Ze gelooft niet in perfect ouderschap. Niet voor moeders, niet voor bonusmoeders, niet voor pleegouders. Wel in echtheid. In eerlijk durven kijken naar jezelf. In ruimte geven. In blijven praten.
En boven alles hoopt ze dat Robine altijd heeft gevoeld hoeveel liefde er voor haar was. “Ik zal het vast niet altijd goed hebben gedaan. Absoluut niet. Maar ik heb wel altijd van haar gehouden. En ik hoop dat zij dat heeft gevoeld.”
Heb jij ook een samengesteld gezin en wil je jouw verhaal delen voor IKENZNKIDS?
Stuur een bericht via Instagram of mail naar nienke@ikenznkids.nl we horen graag van je.