Suzanne; “Ik ben iedere dag dankbaar dat ik voor haar kinderen mag zorgen”
Suzanne over liefde na verlies, haar plek in een gezin waar een moeder wordt gemist, en waarom zij bewust naast haar blijft staan.
Soms komen er liefdes op je pad waarvan je meteen voelt dat ze meer met zich meebrengen dan alleen vlinders. Voor Suzanne Verstappen was dat precies zo. Ze is 38, woont in Venlo en heeft sinds augustus opnieuw een relatie met Ruud, vader van Gigi van zestien en Izzy van elf. Vijf jaar geleden hadden ze ook al een relatie, maar die liep stuk. Niet omdat de liefde ontbrak, wel omdat het leven op dat moment ingewikkelder was dan ze allebei aankonden.
Wat hun verhaal bijzonder maakt, is niet alleen dat zij elkaar opnieuw vonden, maar ook de context waarin hun liefde leeft. Ruud verloor negen jaar geleden de moeder van zijn kinderen, Angela. En Suzanne stapte dus niet zomaar in een samengesteld gezin, maar in een gezin waarin liefde en gemis nog altijd hand in hand gaan.
Een liefde die begon in coronatijd
Suzanne en Ruud leerden elkaar kennen via Tinder, in de vreemde, stilgevallen periode van corona. Suzanne woonde op dat moment al elf jaar in Amsterdam, maar was vaker terug in Venlo, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. Hun contact ontstond voorzichtig, eerst via berichten, daarna in het echt.
Ze wist al iets van zijn verhaal. Niet van heel dichtbij, maar genoeg om te beseffen dat dit geen gewone situatie was. Angela kende ze oppervlakkig van vroeger. Niet als vriendin, wel als iemand die ze herkende, groette en af en toe kort sprak. Suzanne wist ook van haar ziekte en van het feit dat zij twee jonge kinderen achterliet.
“Niet per se dát maakte het spannend,” vertelt Suzanne. “Maar wel dat ik een gezin in stapte terwijl ik zelf geen kinderen heb. Ik wist helemaal niet waar ik aan begon. Dat heb ik ook eerlijk gezegd. Ik zei: verwacht niet van mij dat ik dit vanzelf weet. Ik wil leren, maar dan heb ik jouw hulp nodig.”
Die openheid typeert haar. Suzanne doet zich niet groter voor dan ze is. Ze romantiseert haar rol niet, maar stapt er wel met volle aandacht in.
De eerste ontmoeting met de kinderen
Na ongeveer drie maanden ontmoette Suzanne de kinderen voor het eerst. Ze weet nog hoe spannend dat voelde. Niet zozeer omdat de ontmoeting ingewikkeld was, maar omdat het voor haar groots voelde. Kinderen ontmoeten is nooit vrijblijvend.
De eerste keer was gewoon bij Ruud thuis, in de tuin, in hun vertrouwde omgeving. Er werd gekletst, een tekening werd trots laten zien en langzaam viel alle spanning van Suzanne af. Wat haar vooral raakte, was dat de kinderen het fijn vonden dat zij wist wie hun moeder was.
Dat gaf herkenning. Veiligheid misschien ook. Alsof ze niet iets hoefden uit te leggen wat een wezenlijk deel van hun leven is. Suzanne kende Angela niet van binnenuit, maar wel genoeg om haar naam niet vreemd te laten voelen aan tafel.
Vanaf die eerste ontmoeting ontstond er iets tussen hen dat meteen klopte.
Toen het stukging, brak niet alleen haar hart om Ruud
Toch hield die eerste relatie geen stand. Suzanne verhuisde terug naar Venlo met het idee dat ze samen verder zouden bouwen, maar er kwamen twijfels. De timing klopte niet, de situatie voelde te groot, te snel. Wat samen een nieuw begin had moeten worden, eindigde in afstand.
Voor Suzanne was dat intens pijnlijk. Niet alleen om de relatie, maar juist ook om de kinderen.
“Dat heeft echt mijn hart gebroken,” zegt ze. “Je laat niet alleen hem achter, maar ook die kindjes. En ik vond heel sterk dat ik mezelf daarin op de achtergrond moest houden. Hoe moeilijk ik het ook vond, ik wilde niet degene zijn die tussen hen en hun vader in kwam te staan. Zij moesten kind kunnen blijven.”
Dat typeert haar plek misschien nog wel het meest. Ze kiest niet voor drama, niet voor gelijk krijgen, maar voor wat het kind dient. Ook als dat haar zelf pijn doet.
Een tweede kans, aangejaagd door de kinderen
Jarenlang was er geen contact. Tot een toevallige ontmoeting op de kermis in Venlo alles openbrak. Suzanne zat met het zusje van Ruud op het terras, Ruud zat iets verderop met familie en Izzy. Uiteindelijk schoof ze aan. Wat daarna gebeurde, voelde bijna vanzelfsprekend.
Izzy vroeg vrijwel meteen of hij met haar over de kermis mocht lopen.
Dat ene moment zei eigenlijk alles. Er was nog iets tussen hen. Een band die niet verdwenen was.
Later stelde Suzanne voor om met Ruud te gaan eten en eindelijk uit te spreken wat er vijf jaar eerder was gebeurd. Niet voor de romantiek, maar voor de rust. Ze wilde niet dat er onuitgesproken spanning zou blijven hangen in situaties waar de kinderen bij waren. Die openheid werd het begin van nieuw contact. En langzaam ook van een nieuwe liefde.
Daarna kwam Gigi. Ze slaagde, had een gala en vroeg uitgerekend Suzanne of ze met haar een jurk wilde gaan uitzoeken. Later vroeg ze ook of Suzanne haar wilde opmaken.
Het zijn geen grote gebaren op papier, maar in het echte leven betekenen ze alles.
Geen vervanging, wel een onmisbare plek
Suzanne noemt zichzelf geen vriendin van de kinderen. Daarvoor voelt haar rol te groot. Maar ze noemt zichzelf ook niet hun moeder. Die plek is niet van haar, en dat wil ze ook niet.
Ze staat op haar eigen plek. Als bonusmoeder.
Een plek met liefde, nabijheid en verantwoordelijkheid, maar ook met grenzen. Ze corrigeert aan tafel als dat nodig is, vraagt of borden in de vaatwasser worden gezet en spreekt hen aan op respect. Tegelijk weet ze heel goed wat niet van haar is. Een ruzie tussen vader en zoon pakt zij niet later nog eens over. Dat vindt ze niet haar rol.
“Als we ooit gaan samenwonen, verandert dat misschien deels,” zegt ze. “Dan wonen we echt samen in één huis en beleef ik alles van dichtbij. Maar nu is het hun huis waar ik vaak ben, niet ons huis.”
Die nuance maakt haar sterk. Ze stapt niet in uit bewijsdrang. Ze voelt voortdurend aan waar haar plek begint en waar die ophoudt.
Angela is niet was, maar is
Misschien wel het meest bijzondere aan Suzanne is hoe zij over Angela spreekt. Zonder spanning. Zonder jaloezie. Zonder de behoefte om ruimte in te nemen die niet van haar is.
“Angela is,” zegt ze. “Niet was. Angela is. En het is aan ons om haar te laten zijn.”
In dat ene zinnetje zit haar hele houding besloten.
Thuis wordt er gewoon over mama gepraat. De kinderen hoeven niets weg te stoppen. Op de sterfdag wordt een kaarsje gebrand. De verjaardag en moeilijke momenten krijgen aandacht. Ook Suzanne is daarbij. Ze heeft bovendien een warme band met Angela’s ouders en broer. De kinderen gaan nog altijd naar opa en oma, en Suzanne drinkt net zo makkelijk een koffie met hen in de stad.
Voor buitenstaanders klinkt dat misschien uitzonderlijk. Voor Suzanne voelt het logisch. Liefde verdwijnt niet omdat iemand er fysiek niet meer is.
Sterker nog, zij zegt iets wat diep raakt: “Ik ben iedere dag dankbaar dat ik voor haar kinderen mag zorgen. En als ik het niet weet, vraag ik haar ook om hulp. Dan denk ik: help me even. Wat zou jij doen?”
Liefde met zachtheid én stevigheid
Suzanne is eerlijk over haar onzekerheden. Ze heeft zelf geen kinderen, dus soms vraagt ze zich af of ze het wel goed doet. Ze moet ineens partner zijn, bonusmoeder, steunpilaar en soms ook een zachte spiegel. Dat zoekt ze niet weg achter stoere taal. Ze benoemt het gewoon.
En misschien is dat precies waarom het zo goed voelt voor de kinderen. Omdat zij niets forceert. Omdat ze rust brengt. Omdat ze liefde geeft zonder te duwen.
Haar advies aan andere vrouwen in een vergelijkbare situatie is even eenvoudig als indrukwekkend: “Ga naast de overleden partner staan. Probeer niet haar plek in te nemen, maar pak als het ware haar hand vast en kijk samen hoe je het moet doen.”
Dat is misschien wel de mooiste omschrijving van bonusmoederschap die er is. Niet duwen, niet vervangen, niet concurreren. Maar naast iemand gaan staan die er niet meer is, en vanuit liefde helpen dragen wat achterbleef.
“Ik hoop dat ik een pleister ben geweest op hun gebroken hart”
Als ze vooruitkijkt, hoeft ze niet na te denken over haar antwoord. “Ik hoop dat ze later voelen dat ze altijd welkom waren bij mij. Dat ze onder mijn vleugels konden komen, wat er ook speelde.”
Even is het stil.
“En dat ze weten dat zij de gouden druppeltjes op mijn moeder hart zijn. Dat ze zo dierbaar voor me zijn.”
Ze glimlacht.
“En als ik het heel eerlijk mag zeggen… dan hoop ik dat ik een pleister heb mogen zijn op hun gebroken hart.”
Heb jij ook een samengesteld gezin en wil je jouw verhaal delen voor IKENZNKIDS?
Stuur een bericht via Instagram of mail naar nienke@ikenznkids.nl we horen graag van je.